Ed Nijssen, plaatsvervangend voorzitter Adviesraad Sterk naar Werk:
“Drie goede businesscases in de etalage zetten”
Hoe maken we Sterk naar Werk interessant voor financiers? Op die vraag heeft hoogleraar Marketing Ed Nijssen van de TU Eindhoven een eenduidig antwoord. Sterk naar Werk is een van de weinige innovatieve experimenten die in de zorgsector plaatsvinden. Het project is bovendien gericht op preventie, terwijl de vergoedingen in deze sector gebaseerd zijn op curatieve zorg. “Belangrijk is van de regionale pilots drie goede businesscases uit te kiezen, deze in de etalage te zetten en ze te ondersteunen bij de uitrol. Die moeten de financiers tonen waar de kracht, eigenlijk hun winst, zit.”
“Sterk naar Werk is alleen interessant voor financiers als er meerwaarde in zit. Dus dat duidelijk wordt dat hierdoor meer mensen aan de slag gaan”, zegt Ed Nijssen. “Zo is het project ook begonnen. De mensen uit de regio moeten nu een businesscase maken. Daarin moet naar voren komen wat het de zieke werknemer of werkzoekende heeft opgeleverd. Als dat helder is, wordt het voor de verzekeraars interessant er geld in te steken.” Hij tekent daarbij aan dat bijvoorbeeld zorgverzekeraars nu een vergoeding krijgen die gebaseerd is op het risicoprofiel van een cliënt. Ze krijgen geen bonus voor verbetering of innovatie van de zorg. “Daarom zou het zorgsysteem meer ingericht moeten zijn op innovatie.”
Vallen en opstaan
Sterk naar Werk is van onderaf opgezet en ingericht. “Dat gebeurt met vallen en opstaan. Mensen doen dit erbij, naast hun andere drukke werkzaamheden. Dat betekent dat het een lange weg is om dit een vaste plek in de eerstelijnszorg te geven.” Het heeft volgens Nijssen alleen kans als er nu tenminste drie goede businesscases worden verzameld, in de etalage gezet en ondersteund. “Dat zijn dan niet per definitie de meest kansrijke pilots, want sommige projecten zijn later begonnen en moeten zich nog bewijzen. We moeten hierom heen meer materiaal inzetten, bijvoorbeeld filmpjes die de praktijk in beeld brengen. Die moeten financiers tonen waar de kracht zit.”
Kapperallergie
Deze drie beste voorbeelden kunnen dan worden uitgerold, stelt Nijssen. “Het is goed om daar bijvoorbeeld gemeenten of het Werkbedrijf bij te betrekken, en partijen als werkgevers, inkomensverzekeraars en misschien arbodiensten, die er alles aan gelegen zijn mensen aan het werk te helpen en te houden. Daar moet dit project goed landen.” In de businesscases van de pilots van van Sterk naar Werk is het van belang de uitkomsten van het onderzoek van de Radboud Universiteit te verwerken. “De doelstellingen van Sterk naar Werk zijn goed. Nu is het zaak met een bedrijfsbril naar dit proces te kijken. De financiers zullen willen weten of een specifieke situatie naar de algemene praktijk vertaald kan worden. Kun je dit kunstje, dit succes herhalen? Dat moeten we goed aantonen.”
