Column Hein van Dongen
Arbeid en energie

Mensen gebruiken vaak metaforen die aan energie ontleend zijn. ‘Ik ben weer opgeladen’, ‘het stroomt weer’. Zulke beeldspraak lijkt weinig te maken hebben met de elektriciteit die ons door Nuon, Essent en andere bedrijven geleverd wordt.
Een tijdje geleden vond ik een oud schoolboekje over elektriciteit waarvan op de kaft groot het woord ‘arbeid’ stond gedrukt. Ik vond dat merkwaardig en zelfs een beetje eng, want de stroom uit het stopcontact is toch iets heel anders dan wat wij mensen doen om ons brood te verdienen.
Toch had de illustrator het woord ‘arbeid’ hier in feite heel goed gekozen. De Griekse filosoof Aristoteles vormde ooit het woord ‘energie’, dat letterlijk ‘in werking’ betekent, om aan te duiden dat iets leeft en groeit. Later gebruikte men het woord onder meer voor emoties, maar de meest voorkomende vertaling was ‘arbeid’. Arbeid kost niet alleen energie en levert niet alleen energie op, maar arbeid is ook energie.
Arbeid werd dan wel heel anders opgevat dan als ‘werken in loondienst’. Het omvatte alles wat de mens aan zijn naakte bestaan toevoegt om te kunnen leven. Zoals een bever zijn dammen maakt en een spin haar web, zo werkt ook de mens in op zijn omgeving, niet alleen door voedsel te verbouwen of kleding te maken, maar ook door bijvoorbeeld gedichten te schrijven en toneel te spelen. Karl Marx wees erop dat het voor mensen ontwrichtend is als ze niet in staat zijn aan dit proces deel te nemen of wanneer ze de zin van hun arbeid niet meer kunnen ervaren: hij noemde dit ‘vervreemding’.
Misschien zijn de energiemetaforen soms wat simpel. Een mens is geen apparaat. Op een televisie zit een ‘power’ knop met drie standen: aan, uit en ‘stand-by’. Enpowerment van mensen is niet met een simpele druk op de knop geregeld. Het begeleiden, informeren en motiveren van mensen is maatwerk. Maar het gevolg ervan is wel dat ze betrokken blijven in de samenleving, ze zinnige dingen met hun krachten kunnen doen en ze misschien ervaren dat ‘het weer stroomt’.
