Bedrijfsarts MariElle A-Tjak binnen het POPA-project:
“Sommige mensen zeggen: waarom nu pas?”
Het is een vrij complex experiment, maar daarom niet minder interessant. Het POPA-project, ofwel Perspectief op Participatie, is na enkele maanden voorbereiding in januari van start gegaan. Met een scala aan partners: Dienst Werk & Inkomen Zuid Oost (DWI), Agis Zorgverzekeringen, Gezondheidscentra Amsterdam Zuid Oost (GAZO), TNO en project Sterk naar Werk van kenniscentrum Welder en NVAB. “Doel is het bestaan van mensen met een lange bijstandsgeschiedenis actiever, en dus prettiger te maken”, zegt bedrijfsarts Mariëlle A-Tjak.
Ze zitten al tien jaar in de bijstand, hebben chronische klachten of zijn per ongeluk uit het arbeidsproces geraakt en niet meer teruggekeerd. De doelgroep in het POPA-project is er een met grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het DWI selecteert de beoogde cliënten, in de verschillende centra van GAZO vinden gesprekken plaats over de klachten en de mogelijkheden. Ondertussen krijgt de cliënt een Sociale Activeringsplek (SAP) aangeboden, bedoeld om mensen die weinig sociale contacten hebben, te stimuleren weer actief mee te doen aan de samenleving. Dan gaat het om bezigheden als zwemmen of computerles.
Eén grote interventie
Bij GAZO wordt een plan van aanpak gemaakt. Mariëlle A-Tjak voert de gesprekken. “Doel is het bestaan van deze mensen beter te krijgen. Dat ze actiever worden dan ze waren, zich gezonder gaan voelen en daardoor minder een beroep doen op de gezondheidszorg.” Dit laatste was reden voor Agis om financieel deel te nemen aan dit experiment. TNO gaat de resultaten bijhouden en vergelijken met een parallel lopend project dat minder omvangrijk is. “Dit project is feitelijk één grote interventie”, zegt A-Tjak. “De vraag is of het meer oplevert dan andere interventies.”
Bemiddelaar of aangever
A-Tjak is nu met zestien cliënten aan de slag met uiteenlopende klachten. “Het eerste gesprek vindt bij de huisarts plaats, om ze uit te leggen wat het project inhoudt en wat mijn rol is. Daarna ga ik alleen met hen verder, met steeds terugkoppelingen naar de huisarts en het DWI. Ik leg ze uit dat het heel goed is om hun situatie weer eens in kaart te brengen om te kijken of hun bestaan wat aangenamer kan worden. Sommigen reageerden met: ‘Waarom nu pas?’ De meesten zijn niet meer terug te leiden naar de arbeidsmarkt, maar ze knappen vaak wel op van deze aanpak. In dit project ben ik feitelijk niet meer dan een aangever, bemiddelaar of aanscherper, maar het helpt wel.”
terug naar nieuwsbrief nummer 8
